3 vragen aan de vertalers

21 september 2017

Het vertalen van een boek van Dan Brown is geen standaardkost. Alles gebeurt in het diepste geheim, op locatie, onder permanente bewaking en in slechts een maand. En er werken twee vertalers – Erica Feberwee en Yolande Ligterink – aan de vertaling én een eindredacteur, Theo Veenhof. Wij legden hen drie vragen voor over dit heel spannende proces!

We hebben gehoord dat het vertalen van de boeken van Dan Brown heel spannend is. Vertel…!!

Erica: ‘Vertalen in het buitenland, compleet met een tijdelijk onderkomen in den vreemde, op een nog onbekende locatie, onder permanente bewaking… ja, dat is spannend.’

Yolande: ‘En dat voor iemand die altijd in haar eentje thuis achter de computer zit. Er moeten dikke geheimhoudingscontracten worden getekend, dus je bent steeds bang je te verspreken.’

Erica: ‘En vergeet de prestatiedruk niet. Het gebeurt niet vaak dat ik werk aan een vertaling waarvan er meteen een paar honderdduizend worden gedrukt.’

Theo: ‘Als book-editor voel ik me toch al Sjakie in de Chocoladefabriek. De hele dag mooie boeken lezen, en je krijgt er nog geld voor ook! Maar de Dan Brown-romans, vier jaar geleden in Londen en nu in Barcelona, waren heel grote kersen op heel grote taarten. Wat spannend, wat een glamour.

Wat een belevenis om met collega’s uit al die landen samen te werken aan het boek van een hartveroverende auteur die zich duidelijk betrokken voelde bij het vertaalproject en zelfs persoonlijk langskwam.’

Met zijn drieën aan een vertaling werken, hoe gaat dat?

Yolande: ‘We hebben de tekst in vieren gedeeld en allebei een stuk uit de  eerste helft en een stuk uit de tweede helft van het boek vertaald. Omdat je naast elkaar zit te werken, kun je voortdurend (fluisterend, want er zitten 16 collega’s om je heen) overleggen. Daarna hebben we elkaars stukken doorgelezen en van commentaar voorzien en ten slotte waar nodig wijzigingen aangebracht.’

Erica: ‘Een duovertaling betekende in dit geval:

  • samen een huishouden voeren
  • samen ’s morgens in alle vroegte door een bruisende wereldstad naar je werk lopen, in plaats van thuis, in joggingbroek, achter je computer kruipen.
  • samen fluisterend overleggen, omringd door een kantoortuin vol collega’s die 11 andere talen vertegenwoordigen.
  • samen proosten op de eerste vertaaldag.
  • en samen juichend het glas heffen op de afronding van de vertaling van weer een verrassende Dan Brown.
  • en ten slotte: samen je vertaling overdragen aan Theo, de eindredacteur in wie je allebei het volste vertrouwen moet hebben.’

Theo: ‘Als redacteur krijg ik regelmatig vertalingen op mijn bureau waaraan door verschillende vertalers is gewerkt en die tot één geheel moeten worden gesmeed. Dat kan best lastig zijn, door verschillen in stijl en aanpak, of doordat de ene vertaler het niveau net iets beter aankan dan

de andere. Maar hier? Het is dat ik wíst dat er twee vertalers bezig  waren geweest, anders had ik het nergens aan gemerkt, aan nog geen komma. Wat een team, Yolanda en Erica!’

Wat was de grootste uitdaging bij het vertalen van Oorsprong?

Erica: ‘De uitdaging bij een Dan Brown zit ’m vooral in de puzzeltjes, de anagrammen, de codes.

Ook daarbij is het fijn zo’n vertaling niet alleen te doen, maar samen over oplossingen te kunnen brainstormen.’

Yolande: ‘Dit keer hadden we de codes betrekkelijk snel opgelost. Het grootste probleem in dit boek was een technisch  verhaal over zeer geavanceerde supercomputers, dat Erica heel wat hoofdbrekens heeft bezorgd!’

Erica: ‘En ten slotte was er de uitdaging je niet te verspreken zolang de vertaallocatie geheim moest blijven. Want in mijn enthousiasme zou ik de details met de hele wereld – in elk geval met vrienden en familie 🙂 – willen delen. Maar dat mocht nog even niet.’

Theo: ‘De auteur richt zich in het dankwoord aan het einde van Oorsprong tot  “het onvermoeibare team vertalers van over de hele wereld, dat zo ijverig heeft gewerkt om dit boek toegankelijk te maken voor lezers in  vele talen”. Hij dankt hen “voor hun tijd, kennis en zorgvuldigheid”.  Je dat vertrouwen waardig tonen door te zorgen dat de vertaling net zo goed  is als het origineel, dat was de echte uitdaging.’